Je woont bij ons.
Je maakt
Gebruik.

We herkennen elkaar
na een tijdje
in de bus.

Waar gaan we heen?
Waarom?
Hoe is het daar dan?

Je vraagt me allang niet meer
hoe een appel smaakt.
Waarom het regent.

Je constateert slechts
Veranderingen
en vraagt naar het Waarom.

Ik heb geen afdoende antwoorden (daarom!)

Ik verander
alles verandert
en jij
Wilt niet!

Maar jij
ligt niet
meer in de draagdoek
onder mijn jas.
Anders had ik je wel poezie
kunnen laten proeven
en vrienden.

Alleen seks niet
verschil moet er wezen!